Exoplaneet

Exoplaneten zijn planeten die zich buiten ons zonnestelsel bevinden. Het bestaan van deze planeten is voornamelijk afgeleid van metingen en berekeningen.

Deze planeten werden voor het eerst ontdekt in de jaren '90. In die jaren was de technologie ver genoeg gevorderd om voldoende gevoelige telescopen te maken.

Er zijn twee manieren waarop het bestaan van exoplaneten kan worden aangetoond. De eerste is te meten of er een wijziging in de draaiing van een ster zit. Die zou worden veroorzaakt door de sterke zwaartekrachtsaantrekking tussen de ster en de exoplaneet. De andere manier is om te meten of er de planeet zich tussen ster en de aarde bevindt, waardoor er minder licht gemeten wordt.

Het probleem met planeten rond andere sterren is dat ze, zelfs met de sterkste telescopen op aarde, niet zichbaar zijn. Ze stralen namelijk zelf geen licht uit, maar weerkaatsen slechts het licht van de ster. En aangezien de planeet meestal relatief dicht bij de ster staat overstraalt deze laatste de andere in duizendvoud. Maar de aanwezigheid van een planeet kan ook afgeleid worden van de zwaartekracht die hij uitoefent op de ster in kwestie. Een voldoende grote planeet zorgt er namelijk voor dat de ster zelf ook een beetje in de richting van de planeet wordt getrokken, en op die manier roteren ze eigenlijk rond een gemeenschappelijk zwaartepunt. Door gebruik te maken van het dopplereffect kan de beweging van de ster gemeten worden. Hiermee kan de baan en de geschatte massa van de exoplaneet worden berekend.

Een tweede manier die soms wordt gebruikt om de aanwezigheid van een exoplaneet aan te duiden is het feit dat de planeet een deel van de ster afdekt als hij in zijn omloopbaan tussen ons en de ster komt te staan. Op deze manier verandert de lichtintensiteit van de ster in een specifieke manier en kan men ook een berekening maken van de planeet.

De eerste echte exoplaneet werd in 1995 door de Zwitserse astronoom Michel Mayor bij de ster 51 Pegasi in het sterrenbeeld Pegasus ontdekt en wordt sindsdien 51 Pegasi B genoemd. Hierna volgden in snel tempo nieuwe ontdekkingen van exoplaneten, zelfs van complete exoplanetenstelsels, zoals bijvoorbeeld Upsilon Andromedae.

De zoektocht gaat inmiddels onverminderd door, en medio 2006 was het aantal van inmiddels bekende exoplaneten de 300 al ruim gepasseerd; bovendien maakt steeds verdere verfijning van de gebruikte apparatuur het inmiddels ook mogelijk om niet alleen zeer grote, maar ook kleinere planeten te ontdekken.
In augustus 2004 werd een nieuwe fase ingezet toen er een exoplaneet werd ontdekt van slechts 14 aardmassa's, waarvan voor het eerst verwacht wordt dat dit een terrestrische planeet zal zijn.

Er moet wel vermeld worden dat de meeste van deze planeten vanwege hun grote massa gasreuzen moeten zijn (zoals onze planeet Jupiter) en dus noch bewoonbaar, noch geschikt om op te landen zijn. Een eigenaardigheid die de astronomen bezighoudt, is dat deze reuzenplaneten bijna allemaal zeer dicht bij hun ster staan in vergelijking met ons zonnestelsel. Een mogelijke verklaring is een selectie-effect: deze planeten veroorzaken het sterkte dopplereffect bij de ster en zijn daarom het gemakkelijkst te ontdekken. Het zou later evengoed kunnen blijken dat deze eerder uitzondering dan regel zijn. De recente ontdekking van de exoplaneet OGLE-2005-BLG-390Lb met de methode van gravitationeel microlensing lijkt deze laatste veronderstelling te bevestigen.
Om de zoektocht naar planeten die meer op onze aarde lijken uit te breiden werkt NASA aan de Kepler-ruimtemissie die over enkele jaren gelanceerd zal worden.

Astronomen hebben onlangs een planeet ontdekt in een driesterrensysteem (een trinair stersysteem), een observatie die de huidige theorie?n van het ontstaan van planeten ontkracht. De planeet, een gasreus iets groter dan Jupiter, draait om de zwaarste ster van het HD188753-stelsel, in het sterrenbeeld Zwaan, en heet daarom HD188753Ab. Het sterrentrio ligt ongeveer 149 lichtjaar van de aarde. De planeet draait elke 80 uur om de hoofdster op een afstand van ongeveer één twintigste van de afstand tussen de aarde en de Zon. De andere twee sterren draaien in 156 dagen om elkaar heen en omcirkelen de hoofdster elke 25,7 jaar op een afstand die ze in ons sterrenstelsel tussen Saturnus en Uranus zou plaatsen. De buitenste sterren ontkrachten de hetejupiterformatietheorie, die zegt dat planeten op "normale" afstanden gevormd worden en dan naar binnen migreren. Dit kan hier niet gebeurd zijn.

Op 18 mei 2006 werd de eerste ontdekking van meerdere planeten bij één ster gemeld, waarbij geen Jupiter-achtige planeet werd gevonden. Het gaat om drie planeten ongeveer 10, 12 en 18 maal de massa van de aarde rond de ster HD69830, die te vinden is in het sterrenbeeld Achtersteven. Bovendien is een planto?dengordel ontdekt rond deze ster door de Spitzer Ruimtetelescoop.

Door Bert Carrein | Geplaatst op 2007-01-01 | Laatst gewijzigd op 2007-10-28

Bekijk reacties (0)
Er werden nog geen reacties toegevoegd.

Om reacties te plaatsen is het aangewezen om zich te registreren en in te loggen.

Voeg een reactie toe
Naam: 
 Letter kleur:
Bericht:

smiley smiley smiley smiley
smiley smiley smiley smiley
smiley smiley smiley smiley
smiley smiley smiley smiley
smiley smiley smiley smiley
smiley smiley smiley smiley
2004 - 2008 © desterren.net | Bert Carrein | Statistieken
Website statistieken