Space Shuttle Challenger
De Challenger is waarschijnlijk de bekendste Space Shuttle. Het was de tweede van de vijf Space Shuttles die gebouwd zijn. Hij is zo bekend, omdat hij bij de lancering op 28 januari 1986 explodeerde.
Testobject
Oorspronkelijk was de Challenger gebouwd als testobject, om de mechanische sterkte te beproeven. Bij het ontwerp van de Space Shuttle is zo extreem aan gewichtsreductie gewerkt, dat elk onderdeel essentieel was geworden voor de sterkte van de totale shuttle. Daarom werd besloten om één shuttle speciaal te bouwen om aan de meest extreme mechanische belastingen bloot te stellen en zo de theoretische sterkteberekeningen te verifi?ren.
Later in het programma werd besloten de derde testshuttle Enterprise niet aan te passen voor ruimtevluchten. Daardoor zou alleen de Columbia overblijven voor ruimtevluchten. NASA wilde het hele Space Shuttleproject niet laten afhangen van één enkel vaartuig, en daarom werd in 1979 opdracht gegeven om de Challenger alsnog om te bouwen tot een volwaardige Space Shuttle.
Ruimtevluchten
In 1982 werd de aangepaste Challenger afgeleverd, en op 4 april 1983 werd hij voor het eerst gelanceerd (vlucht STS-6). De Challenger was daarmee de tweede Space Shuttle, na de Columbia, die in de ruimte vloog. De Challenger voltooide in totaal negen succesvolle missies. De Nederlander Wubbo Ockels verbleef in dit ruimteveer (vlucht STS-61-A), enige tijd na de in Nederland geboren ruimtevaarder Lodewijk van den Berg (vlucht STS-51-B).
Ramp
De Challenger is vooral bekend doordat hij explodeerde, kort na de lancering van zijn tiende vlucht STS-51-L. Eén van de zeven bemanningsleden was de 37-jarige onderwijzeres Christa McAuliffe. Op 28 januari 1986 werd onder kleine publieke belangstelling de Challenger gelanceerd, die later als 'live' werd herhaald, vlak na de explosie, waardoor velen dachten de lancering op televisie live te zien gebeuren. Al tijdens de eerste seconden van de vlucht lekten er hete gassen uit de rechter stuwraket, door een defecte rubberen O-ring die de buitenste afdichting vormde tussen het onderste deel en de rest van de stuwraket. Deze O-ring was niet bestand tegen de lage temperatuur van 2 graden celsius op het moment van de lancering.
Hierdoor lekte vrijwel meteen na de start vloeibare gassen en brandstof. Deze brandstof bevatte ook aluminium, waardoor er meer vermogen was tijdens de vlucht naar de ruimte. Hierdoor ontstonden ook slakken. Deze slakken kwamen in de scheur terecht, waardoor de scheur werd gedicht.
Na 58 seconden, kwam het ruimteveer in een smalle luchtlaag. Een half uur voor de lancering vloog er nog een passagiersvliegtuig door deze luchtlaag, precies boven de lanceerplek van de Challenger. Dit vliegtuig kwam in aanraking met een sterke windstroming van wel 300 kilometer per uur, nog harder dan de orkaan Katrina. Zo kwam dus ook de Challenger in deze luchtlaag terecht. Vermoedelijk raakten de slakken nu weer los, waardoor er weer vloeibaar brandstof lekte. De scheur werd groter. De hete gassen lekten tegen de externe brandstoftank, en ruim 73 seconden na de lancering explodeerde deze. De Challenger werd uit elkaar gerukt en de bemanning vond daarbij de dood.
Er werd een uitgebreid onderzoek ingesteld naar het ongeluk waarbij tevens het management van het Space Shuttleprogramma tegen het licht werd gehouden. Pas 2 jaar en 8 maanden later, nadat de constructie van de stuwraketten van de overgebleven Space Shuttles is gewijzigd, en onder andere een aantal veranderingen zijn doorgevoerd in de organisatie van het Space Shuttleprogramma, vond de volgende lancering van een Space Shuttle plaats.
De besluitvorming die leidde tot het lanceren van de shuttle met zijn gevolgen wordt vaak aangehaald als voorbeeld van group think.
Door Bert Carrein | Geplaatst op 2007-08-11 | Laatst gewijzigd op 2007-10-28
| Bekijk reacties (0) |
| Er werden nog geen reacties toegevoegd. |
Om reacties te plaatsen is het aangewezen om zich te registreren en in te loggen.

