De Maan
De Maan, de naaste buur van de Aarde in het heelal, is het enige door mensen bezochte hemellichaam. De astronauten op de Maan hadden slechts een zesde van hun normale gewicht, omdat de zwaartekracht veel kleiner is dan die van de Aarde. De Maan is zelfs te zwak om gassen vast te houden, en is daarom een compleet dode wereld. Er is geen lucht, geen vloeibaar water en geen weer dat van oppervlak verandert. De bergen, kraters, lava en het stof zijn al miljarden jaren vrijwel hetzelfde. Overdag wordt het op de Maan meer dan 100?C. In de veertien aardse dagen durende maandagen wordt het -185?C.
Bergen en zeeën
Monsters van de maanbodem en maanstenen zijn naar de Aarde gebracht door Amerikaanse Apollo-astronauten en drie Russische Loena-sondes. Uit al die mosters is gebleken dat de Maan ongeveer 4,6 miljard jaar geleden is ontstaan. In tegenstelling tot de Aarde, waar vele bergen erg 'jong' zijn, vormen de bergen op de Maan het oudste deel van het oppervlak.
Na de vorming van de bergen werd de Maan bestookt door meteorieten en asteroïden. De grootste sloegen zelfs door het oppervlak heen naar het binnenste van de Maan, dat toen nog vloeibaar was. Warme lava stroomde over de lagere delen van het maanoppervlak. Sterrenkundigen noemden deze lavalagen maria of zee?n, maar ze zijn al lang gestold. Aan het vulkanisme op de Maan kwam ongeveer 3 miljard jaar geleden een einde. De Maan is afgekoeld en binnenin bijna helemaal massief. De Maan heeft steeds dezelfde kant naar de Aarde gericht, maar uit foto's van ruimtevaartuigen blijkt dat de 'achterkant' grotendeels uit bergen met kraters bestaat.
Stof en kraters
Astronauten hebben ontdekt dat het maanoppervlak helemaal overdekt is met stof. Elke keer dat er een meteoriet insloeg, werd er steeds fijner stof gevormd. Alle kraters die we vanaf de Aarde op de Maan zien zijn inslae kraters zgkraters. De krater Tycho heeft een doorsnee van 85 kilometer en in het midden een 2,3 kilometer hoge top. De krater Copernicus is 93 kilometer breed. In een wijde straal rond beide kraters liggen brokstukken verspreid. De grootste krater, Bailly, meet 295 kilometer. In de afgelopen miljoen jaar heeft de Maan er waarschijnlijk zo'n drie of vier kraters met een doorsnee van ongeveer 1,5 kilometer bijgekregen.

Het maanoppervlak
Een astronaut van de Apollo 17 zoekt op de Maan naar steenmonsters. De astronauten reden rond in het maanwagentje (rechtse voorwerp). De hemel is er ook overdag zwart, omdat er geen atmosfeer is die het zonlicht verstrooid en zo de hemel blauw kleurt.
Waar kwam de Maan vandaan?
Als snel na haar ontstaan kan de Aarde zijn getroffen door een rotsplaneet ter grootte van Mars. Met supercomputers is deze botsing nagebootst: gesteente van de buitenste aardlagen en het andere hemellichaam vormden een wolk van puin. Sommige brokstukken versmolten tot de Maan.
De baan van de Maan
De Maan heeft net als de Aarde om de Zon een elliptische baan om de Aarde. Zo staat hij een moment verder weg en dan weer dichter. Zo lijkt hij steeds wat groter en dan weer kleiner te worden. Het verschil is wel heel erg moeilijk te zien. Waarschijnlijk heb je wel eens gezien dat de Maan groter lijkt als hij net opgekomen is en dan kleiner wordt naarmate hij stijgt. Dat heeft daar niets mee te maken. Onze hersenen vergelijken dan de Maan met de horizon waardoor het gewoon groter lijkt. Het is gewoon een optische illusie. Hoe hoger, hoe minder hoed dat de hersenen de Maan met de horizon kunnen vergelijken waardoor je de Maan op zijn normale grootte vanaf hier ziet. de enige manier hoe je het verschil duidelijk kan zien is bij een zonsverduistering. Als de Maan verder staat is hij kleiner en kan hij de zonneschijf niet volledig bedekken. Dan zie je alleen nog de rand als een ring van licht. De Maan draait in precies 27,32 dagen om zijn as. Dat is evenveel tijd als de Maan nodig heeft om zijn baan om de Aarde af te leggen. Daardoor is altijd dezelfde kant van de Maan naar de Aarde gericht. Die kant bestaat voornamelijk uit gebieden gestolde lava. Dat komt door de zwaartekracht van de Aarde. Net als de Maan ervoor zorgt dat de zeespiegel stijgt als ze langs die kant uitzit, zorgde vroeger - toen de Maan nog niet afgekoeld was - de aardse zwaartekracht ervoor dat de lava uit de vulkanen onttrokken werd. Langs de andere kant bleven de kraters altijd onbedekt waardoor het veel meer uit kraters bestaat.
Door Bert Carrein | Geplaatst op 2007-01-01 | Laatst gewijzigd op 2007-12-08
| Bekijk reacties (0) |
| Er werden nog geen reacties toegevoegd. |


