Forum » Astronomie en kosmologie » Onze zon in het heelal
ik loop al geruime tijd met een vraag rond, misschien dat iemand op dit forum mij op weg kan helpen:
ik dacht volgens Einstein dat het zo was, dat licht dat langs een zwaartekrachtveld gaat door de zwaartekracht daarvan "afgebogen" wordt,
nu kan ik me voorstellen dat het licht dat onze zon rondom zich straalt, de ruimte in beweegt en daar allerlei andere zonnen passeert, die elk een zwaartekrachtveld hebben, ergo, bij elke passage van licht van onze zon bij zo'n ster wordt een deel van dat licht omgebogen en gaat niet rechtlijnig door, maar enigszins afgebogen,
dit proces gaat dan steeds mar door, en bij verder liggende steren gebeurd dit proces weer en weer en weer, zodat je kunt bedenken uiteindelijk, met de enorme afstanden in ons heelal, dat het licht uit heel de omtrek deels 180 gr is omgebogen en dat als we in het heelal heel ver weg licht ontwaren, dat het in feite ons eigen zonlicht is, ontelbare keren van richting veranderd en nu weer naar ons terustralend,
nu dit verschijnsel voor elke individuele zon en dan zou blijken, dat veel van de heel verre sterren die we menen war te nemen in feite geen zelfstandige sterren zijn, maar omgebogen licht van wel bestaande sterren,
is dit een heel rare gedachte?
Tijdens de eclips van de Zon van 1919 deed Eddington een experiment om Einsteins relativiteitstheorie te testen. Hij verkreeg als resultaat dat de Zon het licht 1,61 boogseconden afbuigt, wat in overeenstemming was met de voorspelde waarde van 1,75 boogseconden.
Reken eens uit hoeveel sterren er nodig zouden zijn in de omgeving van de Zon om het licht 180° om te buigen.
Als er veel 'valse sterren' zijn zou je te weinig bestaande sterren overhouden om het licht voldoende om te buigen.
http://www.simonsingh.net/1919_Eclipse.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Spacetime_curvature
http://curious.astro.cornell.edu/question.php?number=512
bedankt voor respons,
ik moet nog wel iets verduidelijken, wat onze zon uitstraalt is niet 1 dun lichtstraaltje, zelfs geen brede bundels, maar het straalt zodanig uit, dat de ganze ruimte daardoor verlicht/doorstraalt wordt, (immers van alle sterren die zich rondom ons bevinden en ook de ruimte daartussen kan onze zon gezien worden)
dus dat licht komende bij een andere ster hult deze andere ster in en lichtbad en er dus dan niet 1 afbuiging van 1 zonnestraaltje , maar zeer vele afbuigingen rond de hele periferie van die ster afhankelijk ook van de afstand en richting tov het centrum van die ster en dat gebeurd dus bij alle sterren die gepasseerd worden,
nu is verder ook de vraag, verliest licht op zeer grote afsrtanden aan energie (verstrooid het?) en zou daarom mijn idee ook manko kunnen gaan?
ik had het dus niet alleen over zonnen in de omgeving van onze zon, maar uitgaand van een oneindig groot heelal, moeten er uiteindelijk genoeg zonnen zijn, die voor een 180 gr resultaat moeten kunnen zorgen, alleen zoals in vorige bijdrage, is er verlies van energie?
Fotonen verliezen energie door de uitdijing van het heelal.
Het is ook onvermijdelijk dat het licht onderweg door sterrenstelsels gaat die rijk zijn aan gas en stof.
Maar 'de heel verre sterren die we menen waar te nemen' staan relatief dichtbij. De verste objecten (afstand groter dan 50 kiloparsecs) die we waarnemen zijn sterrenstelsels, clusters van sterrenstelsels, quasars, ... Deze objecten kun je niet verwarren met 'sterren'. 'Zelfstandige sterren' die je kunt waarnemen staan op kosmische schaal dichtbij.
Map of the Universe
The Known Universe
het kan ook dat het licht van onze zon wordt afgebogen en dat het zich daarna terug in een andere richting afbuigt... en zo kan je maar verder gaan.
en als het bv. langs een zwart gat passeert dan gaat het zich meer afbuigen dan langs een bv. een rode dwerg.
maar de theorie lijkt me juist.
zo is er ook en afbeelding gemaakt van een quasar (kan hem niet terug vinden) gemaakt waar we die zelfde quasar 4 keer zien is (of was het nu 5?
)