Nieuws

Waarnemen in mei

Geplaatst op 09-05-2009 om 10u43 door Bert Carrein - 1943 keer gelezen
Nieuws

Het waarnemen wordt vanaf de maand mei en vooral vanaf de tweede helft van deze maand, een hele uitdaging. De nachten worden vrij kort en het observeren kan pas vanaf ten vroegste 23u starten. Persoonlijk gebruik ik de enkele uurtjes avondtijd om mijn waarne-mingssessie voor te bereiden. Ik doorsnuffel dan wat handboeken en atlassen om enkele leuke objecten samen te zoeken.

De Grote Beer (Ursa Major) blijft de avondsterrenhemel domineren en bij het vallen van de nacht staat dit hemelse ‘koekepan’ hoog boven ons. Net als vorige maand blijven we in dit prachtige sterrenbeeld om enkele zéér bekende objecten waar te nemen nl Messier 97 (NGC 3587) en Messier 108 (NGC 3556), in de onmiddellijke nabijheid van b Ursae Majoris, Mirak. De twee neveltjes uit de beroemde catalogus van Charles Messier staan zo'n graad ten zuiden en twee graden ten westen van deze lichtbaken van magnitude 2,3.

Messier 97 is een ontdekking van Pierre Méchain die het object op 16 februari 1781 voor de eerste maal observeerde. Messier voegde het een maand later toe aan zijn beroemde lijst. Gezien de perfect ronde vorm dacht Herschel aan een zwakke planeet. Vandaar de naam ‘Planetaire Nevel’, een naam die nu nog steeds gebruikt wordt voor dit type objecten. De typische naam voor Messier 97 is de ‘Uilnevel’, een naam die we danken aan Lord Rosse die in 1848 dit object observeerde met zijn reusachtige 182cm spiegeltelescoop: hij zag een ronde nevel met twee donkere openingen waarin een ster te zien was.

Ongeveer 6000 jaar geleden is M 97 onstaan en is daarmee een jong exemplaar. De nevel bestaat uit 3 structuren: een centrale bipolaire structuur (die de ogen vormen) en twee lagen die deze eerst-genoemde omringen. De reëele diameter wordt geschat op 3,5 lichtjaren.

M 97 is een behoorlijk grote circulaire nevel met een doorsnede van ongeveer 3,4' en een magnitude dat soms wel eens discussie veroorzaakt. Oudere bronnen vermelden een magnitude van om en bij de 12e grootte maar recentere schattingen en vele waarnemingen wijzen eerder in de richting van de 10e magnitude. M 97 is zeker niet helder te noemen omdat de nevel over een eerder ruim oppervlak verdeeld wordt en dus een lage oppervlaktehelderheid heeft. Toch melden verschillende waarnemers de zichtbaarheid in een 60mm instrument. Wat kan u zien met een kleinere opening? Met grotere instrumenten wordt deze planetaire nevel iets meer helder maar opvallende details worden toch niet zichtbaar.

En er zijn inderdaad prachtige details te observeren nl de twee donkere zones die deze nevel zijn koosnaampje bezorgden, de Uilnevel. Met mijn 300mm Dobson kon ik afhankelijk van de weersomstandigheden geen enkel oog, één oog of twee ogen zien. Bij een grensmagnitude van ongeveer 5,0 kon ik geen enkel oog opmerken, vanaf 5.5 zag ik één oog en onder een donkere westvlaamse hemel (Woumen, West-vlaanderen.) zag ik de twee donkere zones zonder problemen. Gebruik hoge vergrotingen voor deze waarneming en nog beter, gebruik een OIII filter. Als het lang geleden is dat u nog eens met uw mond open stond van verbazing, gebruik dan deze filter voor de observatie van M97: het lijkt alsof een foto in uw oculair geschoven wordt, zo spectaculair is het resultaat. Met deze filter zijn de ogen éénvoudig in een 220mm Dobson en zelfs mogelijk in een 100mm refractor.

Een onvergetelijk beeld kreeg ik met een 630mm Dobson onder een gitzwarte Texaanse hemel: de circulaire nevel neemt de helft van het beeldveld in, de ogen zijn ongelooflijk constrastrijk en zelfs de centrale ster (magnitude 14!) is direct te observeren. Later kon ik dit herhalen in Belgie met 40cm en 50cm telescopen.

In de onmiddellijke buurt van de Uilnevel staat een ander mooi Messier-object nl M 108 (NGC 3556) maar dit edge-on (op-zijn-zijkant) melkwegstelsel is misschien wel het moeilijkste object uit de Messier lijst.

In de catalogus van Charles Messier is M 108 een beetje een raar geval: Het object was niet opgenomen in de oorspronkelijke catalogus maar was toch geobserveerd door zowel Messier als Méchain en opgenomen als een notitie bij de observatie van M 97. Uiteindelijk werd het object pas in 1953 als M 108 in de Messier catalogus opgenomen. Herschel vond dit object groot en makkelijk, hij observeerde al met wat grotere telescopen.

M 108 is samen met M 109 lid van de Ursa Major cluster van melkwegstelsels die op een afstand van 45 miljoen lichtjaar staan. Het gaat om een spiraalstelsel dat we vrijwel op zijn kant zien en het heeft een reële diameter van 100.000 lichtjaar. Opnames van dit stelsel tonen een complexe centrale structuur die met een kleinere telescoop zeker te observeren is.

Met een 115mm en een 130mm Newton kon ik, redelijk moeilijk, een lange nevelstreep zien met een ongelijk schijnend oppervlak. Grotere instrumenten tonen een stelsel dat goed op M 82 lijkt, vele donkere en heldere zones doorkruisen dit object. Clauw Regean zag verschillende donkere lanen met zijn 300mm Dobson! Nabij de kern is een opvallende voorgrondster met een helderheid van magintude 12 op te merken: interpreteer dit niet als een supernova!

Probeer de komende weken deze twee prachtige maar o zo verschillende objecten waar te nemen. M 97 staat letterlijk in onze galactische achtertuin terwijl het licht van M 108 er ruim 45 miljoen jaar over gedaan heeft om uw netvlies te prikkelen. Allebei tonen ze opvallende details in grotere instrumenten en zelfs met kleinere openingen zijn ze makkelijk waar te nemen.

astronomie sterrenkunde ruimtevaart nieuws
M97 en M108 door Karel Teuwen. Telescoop: TMB 152 apochromaat met f8 en een SBIG STL-11000M camera. Genomen op 20-12-2006 in Any-Martin-Rieux te Frankrijk.

Bron: The Guidestar: http://www.astro-event-group.be (Kurt Christiaens)

Gerelateerde berichten

Lees ook: De Maan bedekt Saturnus
Lees ook: ISS boven het Mont-Méganic Observatorium
Lees ook: Prachtfoto: noorderlicht boven Iowa
Lees ook: Van horizon naar horizon
Lees ook: Z in de nachthemel staat voor Mars
Lees ook: Haas

Bekijk alle berichten uit deze categorie.