Nieuws

Mars was langdurig nat

Geplaatst op 07-01-2009 om 10u21 door Bert Carrein - 2094 keer gelezen
Nieuws

Mars beschikte waarschijnlijk een miljard jaar langer dan eerder werd gedacht over vloeibaar water aan zijn oppervlak. Dat betekent dat stromend water langdurig een rol moet hebben gespeeld bij de morfologische ontwikkeling van het Marsoppervlak. Een andere mogelijke consequentie is dat Mars relatief lang een milieu heeft gekend waarin leven tot ontwikkeling kon komen. Een en ander blijkt uit waarnemingen vanuit de Mars Reconnaissance Orbiter van de NASA met de Compact Reconnaissance Imaging Spectrometer for Mars. Met die spectrometer werd een groep van mineralen herkend die niet eerder op Mars waren aangetroffen. Ze blijken ook nog eens over grote delen van Mars voor te komen.

Het gaat om waterhoudend silica (SiO2.nH2O) in een vorm die op aarde bekend staat als opaal (er bestaan ook andere vormen van waterhoudend silica, zoals vuursteen). Een dergelijke verbinding wijst op de overvloedige aanwezigheid van water. Op basis van het voorkomen van opaal kan dus worden vastgesteld waar op Mars veel water aanwezig is geweest. Door daarboven ook nog eens uit te zoeken hoe oud de desbetreffende mineralen zijn, kan ook worden vastgesteld wanneer dat water aanwezig moet zijn geweest. En dat blijkt dus veel langer het geval te zijn geweest dan tot nu toe werd gedacht, mogelijk tot tweemiljard jaar geleden.

Tot nu toe waren slechts twee belangrijke groepen kristalwater bevattende mineralen van Mars bekend. Dat waren de fyllosilicaten (die vooral kleien vormen) en bepaalde sulfaten. De fyllosilicaten werden grotendeels meer dan 3,5 miljard jaar geleden door verwering gevormd toen stollingsgesteenten langdurig werden blootgesteld aan water. De kristalwater bevattende sulfaten ontstonden gedurende enkele honderden miljoenen jaren daarna, toen de inmiddels zoute (en soms zure) wateren op Mars verdampten en indampingsgesteenten (evaporieten) chemisch werden neergeslagen.

Het nu ontdekte derde type, met aan silica gebonden kristalwater, is jonger dan de twee andere typen. De opaalachtige mineralen moeten zijn ontstaan toen gesteenten aan het Marsoppervlak - gevormd door vulkanische activiteit of de inslag van meteorieten - verweerden onder invloed van vloeibaar water. Een van de plaatsen waar uitgestrekte gebieden zijn bedekt met opaal is Valles Marineris, een kloof (of liever: systeem van kloven) die ruim zesmaal zo diep is als de Grand Canyon. Het opaal komt voor als dunne laagjes die zich ver uitstrekken langs de randen van de kloof, en soms daarin. Recent was ook al opaal gevonden door de Mars Rover Spirit in de Gusev krater, maar daarbij ging het om kleine hoeveelheden van niet goed bekende ouderdom. Bij de nu aangetroffen opaallagen gaat het om (uiteraard relatief) jonge gesteenten.

Op sommige plaatsen blijken de opaalachtige mineralen samen met ijzersulfaten voor te komen. Het gaat daarbij steeds om locaties in of direct rondom drooggevallen riviersystemen. Dit wijst volgens de onderzoekers op een langdurig voorkomen van zure wateren aan het Marsoppervlak. Het ontstaan van de opaalachtige silicaten zou juist op dergelijke locaties plaatsgevonden hebben door de inwerking op gesteenten bij lage temperatuur van zuur water. Omdat de plaatsen waar opaal voorkomt locaties zijn waar het Marsoppervlak lang vloeibaar water bevatte - en omdat eventueel leven daar dus lang de tijd kreeg om zich te ontwikkelen - zijn die locaties volgens de onderzoekers bij uitstek geschikt om te zoeken naar het voorkomen van (al dan niet fossiele) primitieve vormen van leven.

astronomie sterrenkunde ruimtevaart nieuws

Bron: The Guidestar: http://www.astro-event-group.be

Gerelateerde berichten

Lees ook: Week 1: Reizen naar Mars - een stukje geschiedenis
Lees ook: Belgisch team voor Marsvluchtsimulatie compleet
Lees ook: Langer water op Mars dan gedacht
Lees ook: NASA zegt Mars-akkoord met Europa op
Lees ook: Oorsprong van methaan op Mars nog steeds niet achterhaald
Lees ook: Rusland wil apen naar Mars sturen

Bekijk alle berichten uit deze categorie.